1* Instructeur

Brevetverantwoordelijke

Peter Smout

2* Instructeur

Doelstellingen

Door het volgen van deze opleiding leert de kandidaat (naast de algemene doelstellingen en de doelstellingen van de voorgaande opleidingsniveaus):

  • Administratief en organisatorisch een duikschool te leiden.
  • In te staan voor de opleiding van 1*duikers (1*D tot en met Assistent‐Instructeur/Initiator) zowel theoretisch als praktisch.
  • Proeven af te nemen (theorie, zwembad en open water) volgens de bevoegdheden vermeld in de opleidingsprotocols.
  • De volledige organisatie van een clubduik in al zijn facetten op zich te nemen.
  • De in de opleidingsprotocols beschreven delegaties te kunnen uitvoeren.

Overzicht van de opleiding 1*Instructeur (1*I) / Instructeur B (IB)

Deze opleiding bestaat uit vier basismodules (Module 1, 2, 3 en 4). Deze modules worden georganiseerd in samenwerking met de Vlaamse Trainersschool (VTS). Het succesvol afronden van deze 4 basismodules wordt verplicht gevolgd door een Academische Zitting (deontologie van de instructeur).

Module 1 is het Algemeen Gedeelte van Instructeur B. Deze module is facultatief. Dit betekent concreet dat de kandidaat kan kiezen om deze module te volgen. In dat geval kan hij het traject van Instructeur B afronden. Hij kan ook kiezen om deze module niet te volgen, maar dan kan hij het traject van Instructeur B niet afronden. In dat laatste geval belet niets hem om door te stromen in het NELOS circuit naar 1*Instructeur (en verder).

Module 1 kan afgelegd worden vanaf het moment dat Module 1 van Assistent‐Instructeur succesvol werd afgerond, maar kan ook tijdens de opleiding of na de opleiding van 1*Instructeur voltooid worden.

Module 2 is de sporttechnische module (theorie sportduiken). Dit is meestal de startmodule voor de opleiding van 1*I/IB.

Module 3 is de didactisch‐methodische module (didactiek theorie sportduiken en didactiek zwembad sportduiken). Dit is de voorbereiding voor Module 4.

Module 4 is het eindexamen voor 1*Instructeur.

Verder zullen per module de toelatingsvoorwaarden toegelicht worden. Hier verwijzen we naast de ervaringsvoorwaarde (AI zijn) naar de sporttechnische voorwaarden. Ook moet vooraleer het eindexamen (Module 4) kan afgelegd worden, voldaan zijn aan de eisen van de duikleidingen en de openwaterproeven.

De Modules 1, 2, 3 en 4 hebben geen beperking in geldigheidsduur.

Module 1: Algemeen Gedeelte Didactiek (facultatieve module)

Toelatingsvoorwaarden Module 1

Het Algemeen Gedeelte van Initiator succesvol afgelegd hebben.

Inhoud

  • Vak 1: Anatomie (6 uren).
  • Vak 2: Communicatie (2 uren).
  • Vak 3: Motorisch leren (6 uren).
  • Vak 4: Ontwikkelingsleer (6 uren).

Administratie Module 1

Inschrijven (bij VTS!)

Inschrijven bij VTS via het webportaal (zie ook praktische afspraken 1*I / Instructeur B).

Deze module is sporttakonafhankelijk.

Deze module wordt niet georganiseerd in samenwerking met NELOS. De geïnteresseerde kandidaat dient zelf de cursuslocatie te bepalen en  zelfstandig deze module af te werken.

Vrijstellingen

Geen, tenzij deze opgenomen in de vrijstellingstabel van BLOSO/VTS

Het examen Algemeen Gedeelte Instructeur B

  • Zie instructies BLOSO/VTS.
  • Men kan kiezen om deze vakken te volgen in een lessenreeks, georganiseerd door VTS of deze stof te verwerken via zelfstudie.
  • Deze module wordt niet door NELOS georganiseerd; enkel door VTS.
Normen deliberatie didactiek theorie

Zie instructies BLOSO/VTS.

Module 2: Theorie sportduiken of sporttechnische module en de examens van de sporttechnische
module 1*Instructeur/Instructeur B

Toelatingsvoorwaarden Module 2

  • Assistent‐Instructeur zijn bij de start van de cursus.
  • 200 duiken (100 duikuren) waarvan 60 zeeduiken in de zone(30), waarvan ten minste 15 elders dan in de Oosterschelde.
  • 10 zeeduiken vanaf een boot hebben uitgevoerd.

Administratie Module 2: Inschrijven

Dit gebeurt tweemaal:

  • Bij NELOS: inschrijvingsformulier (zie NELOS‐website: ‘Inschrijving 1*I Module 2’) volledig invullen, ondertekenen en opsturen naar het NELOS‐secretariaat voor 1 september voorafgaand aan de start van de cursus.
  • Bij VTS: Zie hiervoor het document ‘Praktische afspraken’ op de NELOS‐downloadpagina.

Inhoud

  • Inleiding: profiel Instructeur B: 1 uur.
  • Vak 1: duikgeneeskunde: 3 uren.
  • Vak 2: duikorganisatie: 2 uren.
  • Vak 3: zeemanschap: 3 uren.
  • Vak 4: decompressietechnieken: 3 uren.
  • Vak 5: reglementering: 3 uren.
  • Vak 6: materiaal: 1 uur.
  • Vak 7: fauna & flora: 2 uren.
  • Vak 8: fysica: 1 uur.
  • Vak 9: communicatie: 2 uur.

Het examen Sporttechnische module 1*Instructeur/Instructeur B

Dit volgt op de lessen. Een herexamen is voorzien

Na het slagen in het examen of herexamen krijgt de kandidaat een bewijs.

Normen deliberatie theoretisch examen

Om geslaagd te zijn dient de kandidaat op elk der vakken 50% te behalen, met een totaal der punten van 50%.

Wie niet geslaagd is maar in totaal 50% der punten heeft behaald, mag deelnemen aan een herexamen, met vrijstelling voor de vakken waarbij tenminste 50% werd behaald.

Wie niet geslaagd is en in totaal geen 50% der punten heeft behaald, mag deelnemen aan een herexamen zonder vrijstellingen.

Wie niet geslaagd is en in totaal geen 40% der punten heeft behaald, mag niet deelnemen aan een herexamen.

De bestaande deliberatienormen blijven gelden voor de tweede zittijd, waarbij dan de punten van alle vakken – ook die waarvoor vrijstelling werd bekomen – meespelen.

Wie niet slaagt voor het herexamen, moet een volgende sessie opnieuw alle vakken afleggen, zonder vrijstellingen.

Module 3: didactisch‐methodische module

Toelatingsvoorwaarden Module 3

  • Assistent‐Instructeur zijn bij de start van de cursus.
  • 200 duiken (100 duikuren) waarvan 60 zeeduiken in de zone(30), waarvan ten minste 15 elders dan in de Oosterschelde.
  • 10 zeeduiken vanaf een boot hebben uitgevoerd.

Administratie Module 3

Tijdens het afleggen van de zwembad‐ en theorielessen en de stageduikleidingen, neemt de kandidaat het Opvolg‐ of Evaluatieformulier mee en laat het ondertekenen door de evaluerende instructeur. Nadat het formulier volledig is ingevuld en ondertekend door de Voorzitter en  Duikschoolverantwoordelijke, stuurt de kandidaat dit door naar het NELOS‐secretariaat. Dit moet ten laatste 14 dagen vóór het examen van Module 4 ter plaatse zijn.

Inhoud

  • Vak 1: didactiek van de theorie sportduiken: 5 uren.
  • Vak 2: didactiek van het zwembad sportduiken: 5 uren.
  • Vak 3: didactiek van het open water duiken: 4 uren.

Het verloop van Module 3

Zwembad‐ en theorielessen

De kandidaat geeft stageonderdelen in de duikschool onder begeleiding van NELOS‐Instructeurs. Wanneer hij er klaar voor is, nodigt hij op eigen initiatief minstens een 2*I uit voor een evaluatie. Deze laat zich assisteren door een collega, minstens 2*I. De evaluatie gebeurt conform het evaluatieformulier dat nadien aan NELOS wordt bezorgd. Voor de lessen zorgt de kandidaat zelf voor 4 leerlingen op niveau van kandidaat 1*D of kandidaat 2*D. De theorieles duurt 30 à 45 minuten, de zwembadles 45 à 60 minuten.

De theorielessen moeten handelen over ‘standaard’ onderwerpen zoals voorzien in de leerstof theorie. Op het evaluatieformulier wordt uitgebreid feedback gegeven door de controlerende instructeur en zijn collega. Er worden geen punten gegeven maar enkel een indicatie ‘zeer goed‐ goed‐ voldoende‐ onvoldoende’ en elementen waar de kandidaat moet aan werken.

Stageduikleidingen

Teneinde de didactische aspecten van de stageduikleiding te waarborgen moet die gebeuren op het niveau kandidaat 2*D. Het is niet verplicht dat een instructeur meeduikt of ter plaatse aanwezig is. De administratieve controle gebeurt door minstens een 2*I.

De stageduikleidingen zijn dus niet het type duikleiding dat men aflegt voor het behalen van een brevet.

Module 4: Eindexamen didactische les theorie en examen didactische les zwembad

Toelatingsvoorwaarden

  • Alle openwaterproeven hebben afgelegd vóór de vergadering ‘Organisatie eindexamens’.
  • Deelnemen aan de vergadering ‘Organisatie eindexamens’.
  • Module 2 en Module 3 moeten afgewerkt zijn.
  • Succesvol de proeven fysieke conditie hebben afgelegd.

Administratie

  • Het proevenblad moet volledig ingevuld en ondertekend op het NELOS‐secretariaat aanwezig zijn vóór de vergadering ‘Organisatie eindexamens’.
  • Kandidaten worden door NELOS automatisch uitgenodigd.

Inhoud

  • Didactisch examen lesgeven theorie sportduiken.
  • Didactisch examen lesgeven zwembad.

Verloop

Module 4 is steeds de laatste module (uitgezonderd de facultatieve Module 1).

Het examen wordt afgenomen door 3*Instructeurs, eventueel aangevuld door 2*Instructeurs als observator. Het getuigschrift APBO geeft vrijstelling voor het examen Module 4 ‘didactische les theorie’. De kandidaten en de clubs worden vriendelijk verzocht om voor aangepaste infrastructuur en didactische hulpmiddelen te zorgen, zodat de kandidaten hun opdracht naar behoren kunnen uitvoeren. Bij ontstentenis van een goede oplossing kan er gebruik worden gemaakt van de infrastructuur van het Duikershuis (tegen betaling).

De kandidaat zelf zorgt voor de nodige leerlingen (4 op niveau kandidaat 3*D). De evaluatieformulieren van de stages (Module 3) worden bezorgd aan de Voorzitter van de jury. Zij dienen om de jury te helpen het examen te evalueren.

De kandidaat geeft in het leslokaal een op niveau aangepaste theoretische les aan vier kandidaten 3*D. Deze les duurt minimaal 35 en maximaal 45 minuten.

Voor de zwembadles, eveneens aan 4 kandidaten 3*D, krijgt de kandidaat door lottrekking een van de drie volgende onderwerpen: ster van 4, 20 meter tussen twee flessen en de gecombineerde proef.

De zwembadles duurt ± 45 minuten en de kandidaat geeft daarna aan de jury zijn oordeel over het al dan niet geslaagd zijn van zijn leerlingen. De jury maakt gebruik van de quotatiebladen speciaal voorzien voor beide delen van module 4.

Normen deliberatie

  • Om geslaagd te zijn, dient de kandidaat voor beide onderdelen te slagen.
  • Indien hij mislukt in één of de twee onderdelen kan hij zich aanbieden voor het herexamen.
  • Wie niet slaagt voor het herexamen, moet bij een volgende sessie beide onderdelen herdoen.

De Academische Zitting

Alle kandidaten, die slaagden in Module 4, worden op de Academische Zitting uitgenodigd. Op de Academische Zitting wordt de kandidaat benoemd tot 1*Instructeur NELOS en ondertekent hij de ‘Gedragscode van de NELOS‐duiker’. Indien de nieuwe 1*Instructeur bovendien zijn Module 1 op niveau Instructeur B succesvol heeft afgelegd, zal hij het diploma Instructeur B Duiken van de Vlaamse Trainersschool ook ontvangen.

Een afwezigheid op deze zitting stelt de uitreiking van de titel en diploma uit tot de volgende Academische Zitting!

De openwaterproeven voor 1*I / Instructeur B (toelatingsvoorwaarde voor Module 4)

Toelatingsvoorwaarden:

  • Administratief in orde en medisch goedgekeurd zijn.
  • Assistent‐Instructeur NELOS zijn.
  • Voorgesteld door de Duikschoolverantwoordelijke en Voorzitter.

Op het opleidingsformulier ‘Openwaterproeven voor 1*I’ worden de voorwaarden afgetekend door de Duikschoolverantwoordelijke en Voorzitter van de club.

De Openwaterproeven (inhoudelijk)

Organisatie van een clubduik met minimum 4 ploegen, gevolgd door het aanleren, demonstreren en controleren van de vaardigheden voor een kandidaat 1*D.

De kandidaat moet zelf deel uitmaken van één van de groepen.

De controle gebeurt door een jury van minimum één 2*Instructeur en één 3*Instructeur.

De quotatie gebeurt volgens een gedetailleerd observatieblad.

De controlerende jury evalueert boven water of de kandidaat 1*I, de vaardigheden op een correcte wijze aanleert en demonstreert. Vervolgens zal de kandidaat instructeur deze vaardigheden met de kandidaat onderwater voltooien zoals voorgeschreven. Bij gebrek aan een kandidaat 1*D, kan de jury zelf deze rol vervullen of een van de deelnemende duikers (1*D of hoger) hiervoor aanduiden.

Duik naar 40 m met een leerling die voor het eerst naar die diepte gaat

Een 3*I of 2*I speelt de rol van leerling. Hij oordeelt tevens over de voorbereiding tot dit soort duik. Onder géén voorwaarde mag deze duik de allure hebben van een duik, type 2*Instructeursstage, maar moet onder de meest normale omstandigheden verlopen.

Op 40 meter gekomen, in het begin van de duik, simuleert de jury een incident (geen ongeval!), waarbij de terugkeer naar de oppervlakte noodzakelijk wordt. Deze duik moet binnen de veiligheidscurve gebeuren en de stijgsnelheid mag de 10 m/min niet overschrijden.

Heronderdompeling is dan ook niet noodzakelijk. Indien onvrijwillig de trappen onderbroken worden, moet de regel voor onderbroken trappen toegepast worden. Indien de stijgsnelheid overschreden wordt, moet de regel van de versnelde stijging toegepast worden. Alle fouten tegen deze regels houden een mislukking in.

Afname van een openwaterproef bij een kandidaat 2*D of 3*D

Enkel verticale proeven komen in aanmerking. Bij voorkeur brengt de kandidaat zelf een kandidaat 2*D of 3*D mee, waardoor de situatie reëel wordt. Bij ontstentenis van een echte kandidaat, kan de controlerende 2*I of 3*I zelf als kandidaat fungeren en zal dan een naar zijn keuze verticale proef doen. De quotatie is dezelfde als voor de afname van de didactische zwembadproef.

De proeven fysieke conditie (toelatingsvoorwaarde voor Module 4)

Toelatingsvoorwaarden

  • Administratief in orde en medisch goedgekeurd zijn.
  • Module 2 succesvol afgelegd hebben.
  • Het volledig ingevuld en ondertekend formulier van de OW‐proeven moet op het NELOS‐secretariaat toekomen vóór de dag van de fysieke conditieproeven.

Logistiek

Elke kandidaat brengt een gevulde fles mee (minimum 12 liter, 200 bar) voorzien van een backpack en een tweetrapsademautomaat met manometer. Het goed functioneren van het materiaal is de verantwoordelijkheid van de kandidaat. Een technisch probleem met de uitrusting kan niet ingeroepen worden als excuus voor een eventueel falen (kraan gaat niet vlot genoeg open en dicht, de ademautomaat geeft water, de O‐ring is stuk, enz.).

De proeven fysieke conditie (inhoudelijk)

  • 70 seconden stilstaande apneu.
  • 1 minuut recuperatie.
  • Ster met 7 duikers (5 min).
  • 1 minuut recuperatie.
  • 4 x 25 meter tussen de flessen (5 min).
  • 5 minuten recuperatie.
  • Minimum 22 lengtes met ABC‐materiaal in 12 minuten.

Protocol:
Algemene nota: alle oefeningen van deze fysieke condotietest moeten uitgevoerd worden volgens de in de infomap beschreven protocollen. Indien niet kan dit eveneens een mislukking inhouden.

70 seconden stilstaande apneu: Vertrek van tegen de muur (in het water) in het diep. Alle kandidaten gaan gelijktijdig naar beneden voor
een stilstaande apneu. 70 seconden nadat de kandidaten de bodem bereikt hebben, geeft de instructeur het stijgteken. De kandidaten antwoorden en er wordt gezamenlijk gestegen.

Nota: synchroon afdalen naar de bodem is belangrijk.

Ster met 7 duikers (6 kandidaten en 1 begeleidende instructeur): Vertrek met 7 van tegen de muur in het water. De instructeur vertrekt met een eendenduik naar de fles die in het diep op de bodem ligt. De 6 anderen leggen zich boven de fles in een kring aan de oppervlakte. Op het ogenblik dat de eerste luchtbel de oppervlakte bereikt, vertrekken ze samen met een eendenduik naar beneden. Zij leggen zich in formatie rond de fles. Houding: plat op de bodem, benen lichtjes gespreid en gestrekt, armen gekruist, de ellebogen steunen op de bodem. Mondstuk nemen: de tweede trap in één hand nemen, mondstuk in de mond steken en uitademen door de ademautomaat. Er mag slechts eenmaal per keer geademd worden. Het bovenlichaam mag eventueel lichtjes vlotten bij inademing, maar de voeten moeten steeds de bodem blijven raken. Alleen de kandidaat die ademt, mag de fles vasthouden. Het doorgeven van de fles naar de buurman gebeurt door de tweede trap op de eerste trap te plaatsen. De fles wordt verder gegeven in de richting van de wijzers van een uurwerk. Na het doorgeven van de fles neemt de kandidaat onmiddellijk de correcte houding weer aan
(indien nodig een weinig uitademen). De proef duurt 5 minuten; de instructeur duidt het einde aan. De kraan wordt dichtgedraaid door de instructeur die als eerste naar beneden ging of op aanwijzing van de instructeur. Mondstuk uit de mond nemen, kraan dichtdraaien en nagaan of de kraan ook werkelijk dicht is. De tweede trap op de bodem leggen. De instructeur die de fles heeft dichtgedraaid, geeft het teken om te stijgen. De kandidaten stijgen samen. Aan de oppervlakte wordt het OK‐teken gegeven.

Nota: Het is belangrijk dat de kandidaten zich snel en ordentelijk in formatie boven de fles aan de oppervlakte opstellen zodat ze niet op voorhand vermoeid geraken en opdat ze op het sein van de instructeur vlot en gelijktijdig hun eendenduik kunnen inzetten naar de bodem.

4 x 25 m tussen flessen: De flessen worden met de onderkant tegen de zwembadrand gelegd. Daardoor bedraagt de werkelijke afstand slechts een 23‐tal meter. De kandidaat vertrekt met een rechte voorwaartse sprong in het diep. Hij zwemt naar de fles die op 25 meter afstand ligt. Hij gaat vlak voor de fles op de bodem liggen. Houding: plat op de bodem, benen lichtjes gespreid en gestrekt, de ellebogen steunen op de bodem; de kandidaat  mag zich vasthouden aan de fles. Hij neemt het mondstuk met één hand, opent de kraan, steekt het mondstuk in de mond en ademt uit door de  ademautomaat. Vanaf het ogenblik dat de kandidaat het mondstuk in de mond neemt, mag hij 20 seconden ademen. De kandidaat mag de kraan niet  manipuleren met het mondstuk in de mond. De instructeur telt duidelijk zichtbaar voor de kandidaat: 5 seconden = één vinger, 10 seconden = tweede
vinger erbij, 15 seconden = derde vinger erbij. Op dat ogenblik mag de kandidaat nog één keer inademen. Hij neemt het mondstuk uit de mond, draait de kraan dicht, controleert of de kraan ook werkelijk dicht is (druk aflaten). Hij draait (links of rechts naar keuze) zonder evenwel de fles te raken en zwemt naar de tegenoverliggende fles. Nadat hij voor de vierde keer 25 m gezwommen en opnieuw op de fles geademd heeft, moet hij op het
teken van de instructeur opstijgen.

22 lengtes met ABC‐materiaal in maximaal 12 minuten: Vertrek met maximum 6 kandidaten van tegen de muur in het water, het zwemmen gebeurt zonder gebruik van de handen als voortstuwingsmiddel. Elke kandidaat heeft een helft van een volledige baan. Hij moet ook in dat stuk blijven, hij mag niet van baan of van zijn helft afwijken. De instructeur geeft het teken om te starten. Op dat moment beginnen de 12 minuten te lopen. Aan de oppervlakte zwemmen de kandidaten met hun ABC‐materiaal binnen de 12 minuten minimum 22 lengtes. De instructeur houdt de score van het aantal lengtes bij op een apart formulier. Op 11 minuten geeft de instructeur een kort signaal om de kandidaten te verwittigen dat het einde nadert en op 12 minuten geeft de instructeur het eindsignaal.

ALGEMENE OPMERKINGEN
De kandidaat mag op 1 onderdeel een tekort behalen en dat kan nog op dezelfde sessie weggewerkt
worden.

Deze herkansing zal onmiddellijk (5 minuten recuperatie) na de laatste proef plaatsvinden en omvat alle proeven ‘fysieke conditie’. Indien de kandidaat niet lukt in deze herkansing of niet mag deelnemen aan deze herkansing (op meer dan één onderdeel heeft hij een tekort), dan wordt de kandidaat verwezen naar volgend jaar.

De proeven ‘fysieke conditie’ worden afgenomen door 3*Instructeurs eventueel aangevuld met 2*Instructeurs.

De proeven ‘fysieke conditie’ (toelatingsvoorwaarde voor Module 4) moeten steeds afgelegd worden in de sessie van december waarna men de Module 4 in februari van het volgende jaar kan afleggen. Er mogen niet meer dan 3 kalendermaanden zitten tussen het slagen in de proeven ‘fysieke conditie’ en de start van Module 4. Indien men niet lukt in Module 4 of indien men deze Module uitstelt naar een ander jaar, dan moeten deze proeven ‘fysieke conditie’ hernomen worden in de sessie voorafgaand aan Module 4 waarin men zich opnieuw aanbiedt.

Deliberatie

Na het uitvoeren van de oefeningen van de ‘fysieke conditie’ zal de jury onmiddellijk beslissen of de kandidaat technisch geslaagd is, een herkansing heeft (op één oefening mislukt) of uitgesteld wordt (op meerdere oefeningen mislukt). Hoewel de kandidaat ‘technisch’ gesproken geslaagd is, zal de definitieve beslissing of de kandidaat geslaagd is of niet, genomen worden tijdens de deliberatie welke onmiddellijk volgt na de laatste sessie. Gelet op het belang van de voorbeeldfunctie van onze toekomstige instructeurs komt ook de stijl van uitvoeren van de oefeningen aan bod tijdens de deliberatie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *