3* Instructeur

Brevetverantwoordelijke

Eddy Dielen

3* Instructeur

Examen

Het examen 3*Instructeur bestaat uit 3 luiken:

  • de theorie;
  • de verhandeling;
  • de Zeestage.

Eerste luik: theoretisch examen

Toelatingsvoorwaarden

  • 2*Instructeur zijn sinds 12 maanden op datum van het theoretisch examen.
  • 21 jaar oud zijn.
  • Voorgesteld worden door de Voorzitter en Duikschoolverantwoordelijke van de club. Kandidaten die geweigerd worden, kunnen zich wenden tot het Bestuur van het Duikonderricht.

Theoretisch examen

De kandidaat legt voor vier verschillende jury’s examen af over respectievelijk vier onderdelen van de
duiktheorie, namelijk:

  • getijdenwater met beperkt zicht (Oosterschelde, Noordzee);
  • duikgeneeskunde en ‐fysiologie;
  • algemeenheden (wetten, materiaal, fauna en flora, zeemanschap, e.a.);
  • organisatie van zeeduiken.

Dit examen vindt plaats in de loop van januari.

Een kandidaat die voor de derde maal mislukt in het theoretisch examen moet minimum 2 examensessies overslaan alvorens zich opnieuw aan te bieden.

Normen deliberatie theoretisch examen

Om geslaagd te zijn dient de kandidaat op elk der jury’s (4 jury’s) 50% te behalen, met een totaal der punten van 60%.

  • Slechts in twee gevallen kan de kandidaat gedelibereerd worden:
    • Kandidaat heeft in totaal 60%, maar hij heeft voor één jury tussen 40% en 50% gescoord: in dit geval zal gedelibereerd worden door de jury waarvoor de kandidaat een onvoldoende behaalde (dus enkel door dié jury!).
    • De kandidaat behaalde voor alle jury’s tenminste 50%, maar behaalde géén 60% in het totaal: in dit geval kan de kandidaat gedelibereerd worden, doch door alle jury’s samen.
  • Een kandidaat is niet delibereerbaar en bijgevolg uitgesteld in volgende 3 gevallen:
    • Wanneer de kandidaat bij één jury minder dan 40% der punten behaalt (bijv. 30%). De kandidaat is uitgesteld zelfs indien hij in totaal bijv. 80% behaalde.
    • Indien de kandidaat bij meer dan één jury minder dan 50% der punten behaalde (bijv. 2 x 40%): de kandidaat is uitgesteld, zelfs indien hij in totaliteit bijv. 70% der punten behaalde.
    • De kandidaat welke in het totaal geen 60% behaalde en voor één jury minder dan 50% der punten behaalde, is eveneens uitgesteld, zonder deliberatiemogelijkheid.
    • Wie niet geslaagd is maar in totaal 50% der punten heeft behaald, mag deelnemen aan een herexamen, met vrijstelling voor de vakken waarbij tenminste 70% werd behaald. De bestaande deliberatienormen blijven gelden voor de tweede zittijd, waarbij dan de punten van alle vakken – ook die waarvoor vrijstelling werd bekomen ‐ meespelen.
  • Wie niet slaagt voor het herexamen, moet een volgende sessie opnieuw alle vakken afleggen, zonder vrijstellingen.

Algemene opmerkingen:

  • De kandidaat doorloopt alle jury’s ook al haalt hij bij de eerste jury een resultaat, dat tot gevolg heeft dat hij sowieso uitgesteld is (bijv. de kandidaat behaalt bij de eerste jury slechts 30%): De kandidaat legt toch nog de ander vakken af bij de overige jury’s.
  • De behaalde punten door een kandidaat bij een jury worden niet bekend gemaakt aan andere jury’s tijdens het verloop van het examen.
  • De juryVoorzitter houdt de behaalde punten in tot alle kandidaten hun jury doorlopen hebben. Dan kunnen de definitieve punten gegeven worden na interne deliberatie in die jury.
  • De kandidaat moet bij zijn inschrijving voor het theoretisch examen een omschrijving van het onderwerp van zijn verhandeling bijvoegen. Deze omschrijving moet het Bestuur van het Duikonderricht in staat stellen zich een oordeel te vormen over de exacte inhoud van het onderwerp en de relevantie ervan voor de duiksport.

Tweede luik: de verhandeling

Toelatingsvoorwaarden

Geslaagd zijn voor het eerste luik.

Omschrijving

Bij goedkeuring van het onderwerp van de verhandeling wordt de kandidaat daar in de week na het slagen van het eerste luik van op de hoogte gebracht. Bij afkeuring zal er een onderhoud met de kandidaat daarover plaatsvinden. Het onderwerp kan dan gewijzigd worden of helemaal vervangen. De verhandeling dient een omvang te hebben van ± 15 blz. Zij moet een bibliografie van geraadpleegde werken bevatten. In het begin van mei wordt deze verhandeling ingeleverd. Op het einde van mei zal de kandidaat de inhoud van deze verhandeling naar voren brengen o.v.v. een uiteenzetting, waarbij hij/zij de besluiten, ideeën en stellingen zal verdedigen voor een jury. De jury zal vragen stellen, zowel over de verhandeling zelf als over de mondelinge presentatie. De jury zal zowel de inhoud als de vorm van het proefschrift en de presentatie beoordelen.

Tijdsduur uiteenzetting: minimum 30 minuten en maximum 45 minuten.

De vraagstelling door de jury: maximum 30 minuten.

Keuze onderwerp

  • Het onderwerp moet duidelijk gerelateerd zijn aan het NELOS‐Duikonderricht.
  • Het Bestuur van het Duikonderricht houdt een onderwerpenbank bij met mogelijke onderwerpen, waaruit de kandidaat zijn keuze mag maken.
  • Ieder orgaan binnen de commissie NELOS‐Duikonderricht kan onderwerpen voorstellen voor deze onderwerpenbank. Het Bureau beslist over de voorgestelde onderwerpen.
  • Deze onderwerpenbank kan op eenvoudig verzoek bekomen worden bij het secretariaat.
  • De kandidaat is vrij om zelf een onderwerp voor te stellen aan het Bestuur van het Duikonderricht dat beslist of het onderwerp aanvaard wordt.

Organisatie

  • Het Bestuur van het Duikonderricht duidt per verhandeling een zeskoppige jury per kandidaat aan. De jury zal paritair samengesteld zijn uit 3 juryleden die geacht worden gespecialiseerd te zijn in het onderwerp − of er minstens een speciale interesse voor hebben − en 3 anderen.
  • Het Bestuur van het Duikonderricht duidt een Voorzitter aan voor elke jury.
  • Alle 6 de juryleden ontvangen een exemplaar van de verhandeling en nemen deze grondig door. Het staat de Voorzitter vrij om de beraadslaging van de jury omtrent de schriftelijke verhandeling te organiseren. Hij kan dit onmiddellijk voor de verdediging doen (bijv. het uur voorafgaand aan de presentatie) ofwel op een ander tijdstip. In ieder geval moet de jury in groep het schriftelijk gedeelte besproken hebben voor de presentatie. Uit de beraadslaging komen vragen naar voor die zeker dienen gesteld te worden tijdens de presentatie. Tevens worden de punten op het proefschrift gegeven (inhoud en vorm).
  • De presentatie gebeurt voor alle kandidaten op eenzelfde dag. De kandidaten verdedigen hun verhandeling voor de verzamelde aangeduide jury’s en eventueel andere aanwezige 3*Instructeurs. Vragen worden uitsluitend gesteld door de specifieke jury voor de verhandeling in kwestie en het is
    ook deze jury die de presentatie zal beoordelen.
  • Tijdens de presentatie zorgt de Voorzitter voor het coördineren van de vraagstelling. Onmiddellijk na de presentatie verzamelt hij de punten (inhoud en vorm) en stelt de totaalscore samen. Hij noteert de opmerkingen van de jury, voor de noodzakelijke feedback en het deliberatieverslag. De uitslag
    wordt dadelijk meegedeeld aan de kandidaat.
  • De jury stelt een deliberatieverslag op waarin wordt aangeduid waarom de kandidaat geslaagd of niet geslaagd is. Daarbij wordt telkens verwezen naar de doelstellingen (cf. supra), m.a.w. de jury omschrijft op welke manier de doelstellingen van de verhandeling behoorlijk of ruimschoots werden gehaald of juist niet.
  • 50 % van de punten staan op het proefschrift en 50% staan op de mondelinge verdediging. Daarbij beoordeelt de jury telkens inhoud en vorm.
  • Om geslaagd te zijn moet de kandidaat 60% van de punten totaliseren.
  • Alle 3*Instructeurs ontvangen een kopie van de verantwoording van de aanvaarde verhandelingen. Elke 3*Instructeur die niet in de aangeduide jury zetelt kan, op eenvoudig verzoek, een exemplaar bekomen van de verhandeling waarin hij of zij geïnteresseerd is en zijn opmerkingen of suggesties
    aan de betrokken juryvoorzitter overmaken. Deze zal die bespreken in zijn jury.

Evaluatie

Doel
  • De kandidaat moet kunnen aantonen dat hij voldoende vaardigheden, inzicht, kennis en kwaliteiten bezit om:
    • Zelfstandig een thema, onderwerp, of probleem te kaderen.
    • Een analyse te maken van de probleemstelling.
    • Relevante bronnen op te zoeken en te consulteren en gericht onderzoek te voeren aangaande het onderwerp.
    • Persoonlijke oplossingen of voorstellen naar voor te brengen en die duidelijk te argumenteren.
  • De kandidaat moet in staat zijn hierover een verhandeling te maken van ongeveer 15 blz.
  • De kandidaat is vrij om zijn eigen en persoonlijke visie te verdedigen. Voor zover dit coherent en logisch gebeurt mag de kandidaat niet ‘beboet’ worden door de jury, indien haar visie niet overeenstemt met deze van de kandidaat.
WAT wordt gemeten?
  • Het examen ‘kennis’ is reeds eerder geëxamineerd en succesvol afgerond.
  • Enkel volgende vraag is relevant als slaagcriterium: Heeft de kandidaat voldoende eigenschappen, inzichten en vaardigheden om (na het slagen in zijn stage), binnen het College der 3*I efficiënt te kunnen functioneren (samen met meer ervaren collega’s) in een werkgroep, (sub)commissie, comité
    of sectie? Kan hij constructieve bijdragen leveren aan de uitwerking van mogelijke oplossingen aan bepaalde gestelde problemen en opdrachten binnen ons duikonderricht?
HOE wordt gemeten?
  • Schriftelijk: Kernvragen:
    • Bedraagt de verhandeling maximum 15 bladzijden, inclusief conclusies en aanbevelingen (exclusief mogelijke ondersteunende bijlagen)?
    • Wordt het onderwerp in de juiste context geplaatst?
    • Wordt een probleemstelling duidelijk gedefinieerd als vertrekpunt?
    • Worden de limieten van het onderzoek bepaald? Wat werd wel onderzocht en wat niet?
    • Worden de doelstellingen duidelijk gesteld?
    • Wordt de analyse gestructureerd en coherent uitgewerkt?
    • Wordt de rapportage voldoende helder gebracht en voldoende geargumenteerd?
    • Staan er geen flagrante tegenstrijdigheden in de tekst?
    • Worden relevante bronnen opgezocht, geconsulteerd en opgelijst in een bronvermelding?
    • Zijn de kernaspecten voldoende onderzocht en aan bod gekomen?
    • Worden (eigen) oplossingen naar voor gebracht of voorstellen gemaakt?
    • Worden de voorgestelde oplossingen voldoende gemotiveerd?
  • Mondeling: Kan de kandidaat:
    • Zijn stelling poneren?
    • Overtuigend zijn keuze van het onderwerp motiveren?
    • Het probleem aankaarten met enkele duidelijke voorbeelden?
    • Duidelijk de grenzen bepalen van zijn studie?
    • Zijn schriftelijke argumenten zo mogelijk aanvullen en verduidelijken met voorbeelden?
    • Zijn conclusies en aanbevelingen ondersteunen?
    • Tegenstrijdigheden vermijden tussen wat hij vertelt en wat hij geschreven heeft?
    • Mogelijke openstaande vragen waarvoor nog verdere oplossingen moeten gezocht worden eerlijk stellen?
    • Tonen dat hij het onderwerp grondig heeft onderzocht?
    • Gemotiveerd en gestructureerd antwoorden op de vragen van de jury?
    • Zijn persoonlijke mening gemotiveerd, logisch en coherent naar voor brengen?
    • Aantonen dat hij (later) met collega’s 3*I in een werkgroep voldoende opbouwende bijdragen kan leveren?

Derde luik: de Zeestage

Toelatingsvoorwaarden

  • Geslaagd zijn voor het eerste en tweede luik.
  • 20 openwaterduiken hebben geleid, waarvan minstens 10 zeeduiken sinds het behalen van 2*Instructeur.
  • Minstens 300 duiken gedaan hebben voor minstens 150 duikuren (100 zeeduiken in de zone(30)), waarvan minstens 75 elders dan in de Oosterschelde.
  • 30 zeeduiken vanaf een boot, waarvan 10 sinds het behalen van 2*Instructeur.
  • Voor duikers die 50 jaar of ouder zijn bij aanvang van de stage: een medisch attest (te downloaden van de NELOS‐wiki) afgeleverd door een dokter van de Geneeskundige Commissie. Dit attest dient bij de inschrijving voor de Zeestage gevoegd te worden.

Nota:

  • Men mag na het slagen voor het eerste en tweede luik driemaal deelnemen aan de Zeestage. Bij het mislukken hiervan mag men, na opnieuw geslaagd te zijn voor het eerste en tweede luik, nogmaals driemaal deelnemen aan de Zeestage en dit zonder limiet van deelname.
  • Vooraleer deel te kunnen nemen aan de Zeestage dient de kandidaat een formulier in te vullen waarin hij verklaart kennis te hebben genomen en akkoord te gaan met de manier van duiken aldaar (cfr. formulieren).
  • De Zeestage: algemene beoordeling: zie 2*I Zeestage.
  • Annulatie van de Zeestage door de kandidaat heeft geen automatische terugbetaling van het inschrijvingsgeld tot gevolg. Over eventuele gehele of gedeeltelijke terugbetaling van dit inschrijvingsgeld wordt beslist door het bestuur Duikonderricht, na schriftelijk verzoek hiertoe door de kandidaat. Dit verzoek dient vergezeld te zijn van alle documenten die de gegrondheid van dit verzoek tot terugbetaling kunnen staven (bijv. ziekenhuisattest, overlijdensbericht van een naast familielid, …).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *